Het zijn twee belangrijke woorden voor me: ‘energie’ en ‘vermoeidheid’. Toch heb ik geen idee wat de exacte definities zijn, maar hé, Google is your best friend, dus ik zocht het op:



Vermoeidheid (of moeheid) is een staat van lichaam en geest waarbij een persoon minder energie heeft, en zich verminderd in staat voelt activiteiten te ondernemen en zich slaperig voelt. Vermoeidheid is over het algemeen een gevolg van een zware lichamelijke of geestelijke inspanning of een lange periode zonder slaap.

 Energie kan als volgt worden gedefinieerd:

Energie is het vermogen of de mogelijkheid om arbeid te verrichten of een verandering te bewerkstelligen. Energie brengt zowel mensen, dieren en planten in beweging maar ook materiële zaken zoals auto’s, machines en werktuigen. Energie is een grootheid in de natuurkunde.



Beperkte energie

Oké, dus er staat dat vermoeidheid een staat is van lichaam en geest waarbij een persoon mindere energie heeft. Iemand met MS heeft bij voorbaat al mindere energie, iedere dag, elk moment. Ben ik dan ook altijd moe? Ik heb altijd gezegd van wel, maar deze week ging ik eens nadenken (gebeurd niet vaak) en kwam ik tot het inzicht dat ik het daar eigenlijk niet mee eens ben. Ik ben niet altijd moe. Als ik vermoeid ben, heb ik de behoefte om in bed te gaan liggen en te rusten. En die behoefte heb ik echt niet altijd. Wel heb ik altijd beperkte energie waardoor het niet altijd lukt om dingen aan te pakken, maar voel ik dan ook de behoefte om naar bed te gaan? Nee, eigenlijk niet. Dus, ondanks dat het één te maken heeft met het ander, zijn het toch twee aparte dingen. Sowieso, heb je vermoeidheid ook weer in allerlei soorten en maten. Want terwijl ik mijn hoofd buig over deze materie en blog merk ik dat m’n hoofd moe word, maar heb ik niet de behoefte om in bed te gaan liggen. Dus ja, welke gradatie van vermoeidheid is dat dan?



ODE AAN SHELDON

Gelukkig maar dat ik nog niet de behoefte voel om in bed te gaan liggen, want na bijna elf jaar MS hebben, is dat nog steeds iets wat ik heel moeilijk vind: overdag gaan rusten. Sterker nog, ik heb het heel lang niet gedaan, omdat ik koppig was en het niet nodig vond, terwijl het wel nodig was. Maar de laatste twee jaar is daar verandering in gekomen. Sinds de zomer van 2020 heb ik twee katten, waarbij de één, Sheldon, heel erg graag overdag op mijn bed ligt. Omdat ik hem wil knuffelen, ging ik er naast liggen en viel ik vanzelf in slaap. Toen ik wakker werd, besefte ik me dat ik dat best wel heel fijn vond én dat het me goed had gedaan. Dus steeds vaker kroop ik naast Sheldon op bed om lekker te knuffelen en uiteindelijk samen in slaap te vallen. En ondanks dat Sheldon het buiten zijn nu boven mij en mijn bed verkiest (hoe dan??) en ik het niet altijd even makkelijk vind, ga ik toch wat vaker overdag even liggen. En zo begon ik deze blog met moeilijke materie, maar sluit ik af met een ode aan Sheldon. Einde.

Groetjes
Girija